Make your own free website on Tripod.com
OPEN BRIEF
  (Alle namen zijn gefingeerd, alle feiten gefantaseerd)

Geachte heer Dzengis Khan, Minister van Cultuur,

Als betrokken auteur ben ik geschandaliseerd door de samenstelling, de werkwijze en de beslissingen van het Vlaams fonds voor de Letteren.

Vriendjesgesmoezel en persoonlijke rancune zijn van tel, maar zo ingeburgerd in de 'politieke cultuur' (zoals een van uw voorgangers het uitdrukte) dat ze niet meer aanstootgevend zijn. Vlaamse auteurs komen eerder aan hun pennentrekken met gevlooi en ellebogenwerk dan met schrijfwerk. Erger is dat spektakelwaarde, publiciteit en naambekendheid verworden zijn tot doorslaggevend criterium en niet de intrinsieke literaire kwaliteit.

Wanneer wordt het net van staatsauteurs, staatsimpressario's, staatstijdschriften eens opgerold? Het roept herinneringen op aan het ergerlijkste Oostbloksysteem.
Hoelang nog krijgen ze door uw subsidiëringscommissies het eeuwig leven toegeschoven?
Het duizelt voor de ogen wanneer men zwart op wit kan lezen dat de heren Volens, Genot, Vanhemel bovenop hun honoraria, prijzen en andere winsten en baten nog eens subsidies mogen incasseren die de gestelde inkomsgrens van 1,2 miljoen ruim overtreffen. Waarom overtreedt de Commissie hier zelf de normen waarover ze moet waken?
Er loopt zelfs een fijne heer in Letterland die per versregel plus minus 15.000 frank meekrijgt (zo'n 500 frank per letter... voorwaar een gouden pen!). Hoe rechtvaardigt u dit tegenover de vierde wereld, tegenover langdurig werklozen, ten opzichte van andere, blijkbaar minder begaafde auteurs? Waarschijnlijk strijkt u de zalf van het zwijgen erover of wast u de handen in onschuld: cynisch postmodernisme is ook politiek trendy.

Het procédé waarbij een geacht commissielid zichzelf subsidieert komt schijnbaar niet meer voor. Felicitaties. Het wordt nu handig gecamoefleerd. Het commissielid krijgt zijn pecuniaire pap van bv. een lid van een provinciale subsidiëringscommissie, die dan op haar /zijn beurt door het eerste geachte commissielid met subsidies ondersteund wordt enz... Na verloop van enkele jaren worden de rollen dan omgekeerd. Zo draait de paardencarroussel door... dit soort kruisbestuivingen overwoekert de literaire akker. Auteur X betaalt uitgeverij "Sprakeloos V.Z.W." 150.000 f.: geen nood de lobbyisten zorgen ervoor dat X een werkbeurs incasseert. Of hoe indirect uitgeverijen worden gesubsidieerd met geld dat voor auteurs bestemd is. Ook Vlaams-Hollandse wederdienstjes bevorderen nog altijd de broederschap tussen beide volkeren.  Dankbaarheid kent geen literaire grenzen.

Het feit dat ik (en andere afgewezen auteurs tot op heden nog altijd geen 'gemotiveerd verslag' voor hun afwijzing mochten ontvangen - nota bene meer dan dertig dagen na aanvraag- geeft te denken. In Nederland is dit een administratieve formaliteit en steekt dit per kerende in je bus. Het is dus nagenoeg zeker dat er geen verslag is en dat men willekeurig met de natte vinger geoordeeld heeft, dus reeds vooraf wist wie de honing verdiende... De verbindingslijntjes van critici in krant of tijdschrift en van uitgeverijen naar juryleden toe laten aan duidelijkheid niets te wensen over.

Commissie nr. 2 is het hakbijlcomité dat over poëzie oordeelt.
De heren Spiritus en Siktobar zijn beslist bekwaam op papier, maar in het veld zijn ze nauwelijks bestaande schimmen. Hun voorkeuren voor bepaalde uitgeverijen zijn hen gegund.
Brunelhilde Pousette heeft het literaire gen van papa meegekregen (tenzij een DNA-test het tegengestelde aantoont): aandoenlijk overjaars nepotisme. Als dramaturge is ze helemaal niet competent om over Vergilius of Nahon te oordelen. Ze is dus veroordeeld om als citroenenverkoopster appelen en pruimen te selecteren. Het feit dat ze omgang heeft met een invloedrijk establishment-dichter verandert daar niets aan.
De dame in kwestie kan haar competentie met geen enkele publicatie van enige betekenis staven ( ze is niet aanwezig in de Libis-catalogi noch in de catalogi van de toonaangevende Vlaamse bibliotheken).
Het onfatsoenlijkste echter, dat u tolereert, mijnheer Dzengis, is dat de dame headhunter speelt voor uitgeverij De Dartele Dar en daarvoor betaald wordt: troebele belangenvermenging 'van het zuiverste water'!
Het vierde commissielid, de heer X. Hatchoem is toneelcriticus. Zijn competentie wordt door geen enkele publicatie in boekvorm over poëzie onderbouwd.
Dichters worden dus beoordeeld door slechts twee competente, niet altijd ge-update personen: de muze mismeesterd! Arme essayisten, arme dramaturgen, die het met één of twee connoisseurs moeten stellen!
Zou het niet meer dan logisch zijn dat de commissieleden ten minste aan dezelfde kwalificaties voldoen als de kandiderende auteurs? Voorlopig volstaan het aanbevelingsbriefje van de burgemeester van Zoetenaaaie of Liedekerke, de groeten van peetvadertje De Kater of politieke handoplegging.

In zijn artikel in 'De Standaard' geeft Van Lommel ruiterlijk toe dat hij in Vlaanderen nauwelijks competente mensen vindt die een gefundeerd oordeel kunnen uitbrengen.
Mijnheer de Minister, gelieve daaruit de aangewezen conclusies te trekken.

Het zou een weldaad zijn mocht dit soort subsidies afgeschaft worden.
De gelijke behandeling die zo ontstaat zou het grondwettelijk gelijkheidsbeginsel beter dienen. Vadertje staat moet de uitgeverijen die in gebreke blijven niet corrigeren. De editiehuizen moeten een fatsoenlijk loon uitbetalen zodat elk onwelriekend gelobby overbodig wordt. De actuele subsidieregeling vervalst de concurrentie. Waarom moeten literatoren op staatskosten onderhouden of gesteund worden als andere 'individuele' kunstenaars zoals beeldhouwers en schilders voor een gelijksoortige subsidiëring niet in aanmerking komen?

Een andere mogelijkheid is de beperking van de subsidiëring tot één of twee maandeenheden zodat meer auteurs aan bod komen.
De beoordeling moet op een ruimgemeten graad van kwaliteit gebaseerd zijn en op evaluatie van het gepresteerde werk. Een goede basis vormt hiervoor de oude 'Schrijverslijst lezingen'. Meteen zou u een einde maken aan heel wat zwartwerk. Eventueel lager gekwalificeerd maar op eerlijkheid gescreend personeel moet dit aankunnen.
Met dit systeem zou het niet meer kunnen dat een auteur die veertig eerste prijzen wegkaapte (negentig maal bekroond werd) en zelfs in Nederland als de 'meest gelauwerde Vlaamse dichter' erkend wordt nog nooit één frank subsidie opstrijken mocht.

De reden is niet ver te zoeken: partijpolitiek, ideologie (educatief artikel over de waarde van een staatsprijs en de invloed van bv. de loge is te lezen in de beginnende 'Brakke Hond') en lobbywerk van uitgeverijen (tot en met het surrealistische p.r.-dametje dat de literaire avondgelegenheden opzoekt in knalrode jurk en décolleté à volonté) zetten hun voet op de waardeschalen.
Wie nu eenmaal politiek, maar niet partijpolitiek, geëngageerd is vist achter het net, zit tussen alle stoelen. Zijn bestaan wordt gewoon ontkend. De pijnlijke vergissing tussen particratie en democratie springt voor buitenlanders zo in het oog. Het wordt tijd dat de ongebonden auteurs, die het spel wel eerlijk spelen ook in aanmerking komen.

Verder wil ik opmerken dat het van weinig tact getuigt om een lijst van gesubsidieerde auteurs in het publiek te gooien vooraleer de zaak van álle auteurs geregeld is, incluis van degenen die in beroep gaan. Voor de 'gebuisde kandidaten' die het waagden beroep aan te tekenen betekent dit publieke afgang. Wie garandeert trouwens dat er nog wat in terrine zit? Drogredenen te over om de lege bodem te rechtvaardigen op kosten van de afgewezen scribenten! Een spoedcursus 'fijngevoeligheid', 'integrale kwaliteitszorg' of 'elementaire étiquette' lijk mij aangewezen, Mijnheer de Minister.

Tact, eerlijkheid, onpartijdigheid, objectiviteit zijn nooit troeven van de Vlaamse administratie geweest.
Ik heb het meegemaakt dat de heer Ratelpopulier drogredenen opdiste om een literaire vereniging van 270 leden te wurgen met het argument dat ze het vereiste quorum van twintig leden (voor de gelegenheid geïmproviseerde norm) niet haalde om in aanmerking te komen voor subsidiëring. Kan men met dergelijk aritmetisch hersenletsel de functie van administratief stamhoofd wel naar behoren vervullen? Bij navraag houdt men de luiken gesloten. Geen informatie, geen antwoord, onmogelijk dus bezwaar aan te tekenen.

Ik maakte het meermaals mee dat ik met een auteur optrad in hetzelfde programma, zelfde dag, glad gelijkaardige prestatie en toch geen erkende lezing kreeg omdat voor mij 'de pot' op was maar voor de kleurauteur (met partijkaart) niet... Meermaals werden schrijverslijstlezingen afgekeurd op basis van bewust verkeerd geïnterpreteerde gegevens.
Brieven om inlichtingen werden zelden beantwoord. Informatie werd tot op het laatst achtergehouden om de auteurs in moeilijkheden te brengen. Ze weten daar van wanten! Malafide praktijken, een democratie onwaardig.

Mijnheer de Minister, u ontgoochelt mij onherstelbaar.
Ik had u inventiever en inspirerender verwacht en u haast ingeschat als de 'man van de laatste kans' voor dit Palermo aan de Zenne, dit Absurdistan... want "wat wij in Absurdistan doen, doen we beter" (corruptie incluis). Arm Absurdistan!
Dit alles ondermijnt toch het eerlijkheidsgevoelen en dus de democratie. Het lijkt wel een vaudeville uit de Weimarrepubliek.

Het is spijtig, Mijnheer de Minister, dat u door deze feiten te dekken een staatsondermijnend gedrag vertoont dat er weer eens andere mensen zal toe aanzetten om "bij het woord cultuur hun revolver te trekken."

Met poëtische groet, juni 2000.